Leerkrachten

Ondersteuning vanuit een ondersteuningsnetwerk

U hebt vragen over de mogelijkheden voor Ondersteuning in het gewoon onderwijs? Wellicht denkt u dat dit voor een van uw leerlingen een kans is. Wat moet u zich bij Ondersteuning voorstellen?

Een onderwijskundige maatregel

Ondersteuning is een onderwijskundige maatregel. Dat wil zeggen dat het gaat om een vorm van samenwerking tussen een ondersteuningsnetwerk en een school voor gewoon onderwijs.

Het is de bedoeling om de leerling met specifieke onderwijsbehoeften, de leerkrachten en het schoolteam in het gewoon onderwijs te ondersteunen vanuit een ondersteuningsnetwerk met leerkrachten, paramedici, psychologen, orthopedagogen met expertise uit het buitengewoon onderwijs. Daartoe krijgt het ondersteuningsnetwerk lestijden en/of uren en een werkingsbudget.

 

Men wil dus de problemen van de leerling in het gewoon onderwijs aanpakken door mensen en middelen van het buitengewoon onderwijs in te zetten in de gewone school.

Het is de bedoeling om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, die een gemotiveerd verslag kregen, alsnog het gemeenschappelijk curriculum te laten mee volgen in het gewoon onderwijs.

Leerlingen met een CLB-advies “Type 3” kunnen zonder Gemotiveerd Verslag toch ondersteuning krijgen op voorwaarde dat er EERST een handelingsgericht diagnostisch traject doorlopen werd. In dit geval hoeft er ook geen psychiatrische diagnose gesteld te worden.

Leerlingen met een Verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs kunnen ook een individueel aangepast curriculum (IAC) volgen in het gewoon onderwijs.  Ook voor die groep kan het ondersteuningsnetwerk instaan voor bijkomende ondersteuning, bovenop de inspanningen die de school voor gewoon onderwijs zelf al doet.

Ondersteuning doet de problemen ondanks goed werk niet altijd verdwijnen.  Een beperking kan blijvend zijn en dan is het ook de bedoeling om hun omgeving (schoolteam, ouders) met die beperking te leren omgaan. De doelstelling is een zo gewoon mogelijke schoolloopbaan nastreven om leerlingen voor te bereiden op een geschikte vervolgloopbaan in het onderwijs of op de arbeidsmarkt. Het gaat dan ook om een extra onderwijskundige ondersteuning. Ondersteuning kan bijgevolg ook niet gezien worden als therapie (die een mogelijke naschoolse therapie zou kunnen vervangen).

 

Voorwaarden

Om zo’n Ondersteuning in te stellen moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden:

Wanneer komt een leerling in aanmerking voor een Gemotiveerd Verslag van het CLB?

  • Voor een leerling met specifieke onderwijsbehoeften is Ondersteuning IN COMBINATIE MET compenserende of dispenserende maatregelen noodzakelijk en voldoende voor het volgen van het gemeenschappelijk curriculum.
    Niet de stoornis op zich geeft recht op Ondersteuning, maar wel de gevolgen van die stoornis op het onderwijsleerproces.
    In welke mate moet een school zich aanpassen om aan de zorgbehoefte van de leerling te voldoen?
    Ondersteuning is niet de eerste maatregel die een school neemt. Vooraleer aan Ondersteuning gedacht wordt, heeft de school al een zorgtraject opgestart. In de fasen “brede basiszorg” en “verhoogde zorg” heeft een school al een aantal maatregelen ingezet. Mogelijk heeft ze dat ook al gedaan in de fase “uitbreiding van zorg”. Daar kan dan Ondersteuning overwogen worden. Ondersteuning vervangt de andere maatregelen niet (compenserende of dispenserende maatregelen). Ondersteuning kan op een bepaald ogenblik gezien worden als een noodzakelijke en voldoende maatregel om een leerling verder te laten schoollopen in het gemeenschappelijk curriculum.
  • De leerling voldoet aan de criteria voor één van de typen buitengewoon onderwijs.
    De typen van buitengewoon onderwijs en de criteria voor de toegang tot dat buitengewoon onderwijs werden in het M-decreet geherformuleerd. Ondersteuning kan ingesteld worden vanuit elk type buitengewoon onderwijs, behalve het type 5. Een leerling uit het type “Basisaanbod” dient minstens 9 maanden voltijds buitengewoon onderwijs in dat type te hebben gevolgd onmiddellijk voorafgaand aan het schooljaar waarvoor Ondersteuning wordt gevraagd. Pas dan kan de leerling deelnemen aan het Gemeenschappelijk Curriculum, met een Gemotiveerd Verslag.

Overigens blijven de attesten die voor september 2015 werden uitgeschreven (onder vorm van de inschrijvingsverslagen met attest buitengewoon onderwijs) geldig. Het CLB maakt enkel een nieuw gemotiveerd verslag op voor die leerlingen als ze veranderen van onderwijsniveau of type.

Als een leerling met een Verslag (dat toegang geeft tot buitengewoon onderwijs) een Gemotiveerd Verslag krijgt, dan vervalt dat Verslag van zodra het Gemotiveerd Verslag geldig is.

 

Hoe zit dat met leerlingen die een Verslag hebben en een IAC volgen in het gewoon onderwijs?

Ze hebben een Verslag gekregen omdat aan de voorwaarden van het M-decreet is voldaan.  Ze kunnen wel een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs volgen.  Dat betekent dat er restricties zijn.  Het is niet de verwachting dat die leerlingen een kwalificatie zullen krijgen in de onderwijsvorm waar ze school lopen. Het is belangrijk dat zowel de leerling, de ouders en de leerkrachten zich dat realiseren. Er kan Ondersteuning komen vanuit het Ondersteuningsnetwerk, maar die is niet “noodzakelijk en voldoende” om het gemeenschappelijk curriculum te kunnen volgen.

Leerlingen van alle types BuO (behalve type 5) kunnen Ondersteuning krijgen als ze met een IAC het gewoon onderwijs volgen.

 

Grenzen

U dient zich wel te realiseren dat de Ondersteuning zijn grenzen kent. Er is niet meer zoals vroeger een beperking tot 2 of 4 uren begeleiding, maar het totale volume aan beschikbare ondersteuningsuren blijft relatief beperkt. De verwachtingen op dat vlak blijven best realistisch.

Het is de bedoeling in de eerste plaats leerkrachtgericht te ondersteunen en enkel waar nodig bijkomend leerlinggericht.  Ook teamgerichte ondersteuning hoort tot de mogelijkheden.

Ondersteuning heeft zeker niet de bedoeling om leerkrachten afhankelijk van Ondersteuning te maken, maar wel om zichzelf overbodig te maken door de expertise en competentie van de leerkracht te versterken.

 

Geen Ondersteuning omwille van een stoornis, maar Ondersteuning als antwoord op een onderwijsbehoefte

Meteen Ondersteuning aanvragen nadat u als school een diagnose verneemt, is dus een stap te snel. De reële onderwijsbehoeften en de effecten van de reeds genomen maatregelen moeten in de besluitvorming worden opgenomen.

Ondersteuning dient steeds een pedagogisch-didactisch antwoord op een reële onderwijsbehoefte van een leerling te zijn. Een leerling (of zijn leerkracht, of het leerkrachtenteam) krijgt geen Ondersteuning omdat er een stoornis of een beperking aanwezig is, maar wel omdat die stoornis of beperking zo belemmerend is voor zijn leren dat Ondersteuning nodig en voldoende is om het gemeenschappelijk curriculum te kunnen volgen. Dat kan je enkel beweren als de maatregelen die in het reguliere zorgaanbod van de school zitten als onvoldoende kunnen worden ingeschat.

 

Wacht niet tot het einde van het schooljaar om Ondersteuning aan te vragen.

Als u besluit de vraag aan het CLB te stellen of Ondersteuning een oplossing is voor de problemen die een van uw leerlingen ondervindt, dan staan wij te uwer beschikking. U dient dan de vraag uitdrukkelijk te stellen aan het CLB-team dat uw school begeleidt. Wij dringen erop aan om dat zo vroeg mogelijk te doen en niet te wachten tot het einde van het schooljaar.  De ondersteuningsnetwerken kunnen in de loop van het ganse schooljaar vragen tot Ondersteuning opnemen, voor zover hun mogelijkheden dat toelaten.

Naar vorige pagina

Info geplaatst op 10/10/2017 en laatst aangepast op 04/12/2017.