Ondersteuning: Wanneer kan een leerling ondersteuning krijgen?

  1. De onderwijsleersituatie is het uitgangspunt
    • Er is een beperking of er zijn moeilijkheden bij de leerling met een weerslag op het schools functioneren. De leerling heeft dus specifieke onderwijsbehoeften.
    • Er is nood aan specifieke hulp vanuit buitengewoon onderwijs. Het gaat om hulp die de eigen deskundigheid en het hulpaanbod van de school overstijgt. Gecombineerd met de al aanwezige compenserende of dispenserende maatregelen wordt de ondersteuning nodig en voldoende geacht om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen.
    • Ondersteuningsnood bij ouders kan een rol spelen maar moet dan ook wel in functie van schools functioneren begrepen kunnen worden.
  2. de leerling moet ook voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor de betreffende types buitengewoon onderwijs:
    • type Basisaanbod is er voor kinderen die zulke onderwijsbehoeften hebben dat de aangewezen aanpassingen in het gewoon onderwijs ofwel disproportioneel (buiten verhouding, onredelijk), ofwel onvoldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te kunnen blijven meenemen1. Die aanpassingen in het gewoon onderwijs kunnen remediërende2, differentiërende3, compenserende4 of dispenserende5 maatregelen zijn.
    • type 2 is bedoeld voor kinderen met een verstandelijke beperking.
    • type 3 is er voor kinderen met een emotionele of gedragsstoornis die geen verstandelijke beperking hebben
    • type 4 is voorzien voor kinderen met een motorische beperking.
    • type 5 is er voor kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis, een residentiële setting of verblijven in een preventorium.
    • type 6 is bedoeld voor kinderen met een visuele beperking.
    • type 7 is er voor kinderen met een auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis.
    • type 9 is er voor kinderen met een autismespectrumstoornis, die geen verstandelijke beperking hebben

1 Bijkomende voorwaarde voor type BA: leerling moet voorafgaand 9 maanden buitengewoon onderwijs type BA gevolgd hebben.

2 Remediëren: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum.

3 Differentiëren: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie aanbrengt in het onderwijsleerproces om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen.

4 Compenseren: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen. Daardoor is de leerling in staat de doelen te bereiken van het gemeenschappelijk curriculum (of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn).

5 Dispenseren: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen. De leerling moet in staat blijven om nog in voldoende mate de doelen te bereiken voor de gewone studiebekrachtiging voorzien in het betrokken onderwijsniveau ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs.